maandag 25 augustus 2014

Af en toe doe je geen camino, maar ben je de camino.

De laatste beetjes weg. De kathedraal zagen wij al een uur voordien. De stad gaf weinig van zichzelf prijs. Ik heb me er wel degelijk opnieuw aan gestoord. We telden uren in kilometers en omgekeerd. Alles onderweg is eenvoud. We hebben de tijd en onszelf vertraagd. Dat kan, weet ik nu. Wij wandelden in stilte naast elkaar zoals we dat meestal gedaan hebben in de ontwakende ochtenden. We hebben geleerd te luisteren naar hoe nacht en dag in elkaar overgaan. Schoonheid heeft ook haar geluid.
Af en toe zuchtte ik uit vermoeidheid, uit pijn, uit het verlangen toe te komen en uit het onvermogen los te laten en beslissingen te nemen. Het moet rond 11 uur geweest zijn toen we aan de laatste rechte lijn begonnen. Eigenlijk deed het er niet meer toe. De eerste zon was er. We hebben ze dagelijks gegroet met een glimlach, zoals je dat doet in een gedicht. Op de camino heb je ongelofelijk veel aan poëzie.
Ik werd met elke stap groter dan de pijn. De laatste meters prikten de tranen al in mijn ogen. Nooit was ik zo klaar om voluit te huilen. Ergens hoorde ik het geluid van een doedelzak. Het plein werd tijdelijk bewoond door mensen, gearriveerde pelgrims. Je zag de last zo van hun schouders vallen. Mijn ogen raakten de kathedraal aan. Tranen van geluk zijn mooi. Ze tonen hoe echt het allemaal is. We zeiden niks meer. Soms valt er weinig met verdriet te doen, behalve eens goed te huilen. Anderen namen ons in de armen. Er volgden proficiats en enjoy. Ik heb de lucht een aantal Oh my gods geschonken en een glimlach. Dat ook. Het eindpunt was bereikt. Na zolang onderweg zijn, was aankomen buitengewoon fantastisch. Vooral als dat dan voelde als thuiskomen.
Een halfuur lang hebben we er gezeten. Lachend, huilend en alle varianten daarop. Zomaar, omdat het verder geen belang had hoe wij aan geluk deden.
Af en toe doe je geen camino, maar ben je de camino. Iedereen en alles is anders onderweg. Lourdes, een Spaanse jonge vrouw, had me dat gezegd. Zij leek te begrijpen waarop het in het leven allemaal aankwam. Met een gemak, maar zo oprecht. Ik hield ervan om naar haar te luisteren.


Na de zoveelste ontmoeting en het daarmee gepaarde afscheid zei iemand me: ‘Have a good life’. Ik zag de zin uit zijn mond rollen en wilde hem instant omhelzen. Nooit had ik zoveel tegelijkertijd begrepen en ergens in mijn hoofd zat een beetje Jason Mraz: ‘If you do it right you love were you are. Just know wherever you go. You can always come home.’


zaterdag 19 juli 2014

Het laat zomaar verdwijnen wat gezien moet worden

Gisteren werd ik treinzittend geraakt door de vallende avond, zo wanneer dag en nacht kleurrijk in elkaar overgaan. Ik kan daar van houden. De wereld en haar mensen waren allemaal in zomers zwoele sferen van kleine gelukjes en glimlachen. Ik liet mijn ogen op de wolken rusten en hoopte hevig dat er naast mij meer mensen waren die van dit natuurlijk schoons konden genieten en die weten dat er veel blind valt te wezen als het op leven aankomt.

Ik had de volledige treinwagon voor mezelf en vond het fijn zo kijkend alleen te zijn, omdat ik geloof dat er op en in plekken van eenzaamheid zoveel te voelen valt als je dat wilt. Ik zoek het liever nu en dan eens op dan het tevergeefs te ontlopen, want het maakt meer lelijk dan mooi en schuift pijn onder matten en in donkere hoeken van gewetens en harten. Het laat zomaar verdwijnen wat gezien moet worden. We denken veel te hebben aan gemiddeld gelukkig en ongelukkig zijn. Wel denkt u dan nog eens opnieuw.
In dit alles, dwaalden mijn gedachten af naar de Gazastrook en de mensen die er het leven laten voor zoveel verkeerde redenen, die van oorlog een norm hebben gemaakt voor overleven en leven en die onwetend zijn over elk stukje toekomst en ik soms denk hoe zij zo leven zonder zekerheden elke dag. Vele kilometers verder maakte een passagiersvliegtuig een fatale botsing met het aardoppervlak. In de ravage van brokstukken lagen onschuldige mensen die er gestorven waren voor een niemandslandoorlog waar verantwoordelijkheden doorgeschoven worden van de één naar de andere en er woorden uit monden rollen: ‘Als daar vrede was geweest…’  


Ik hoop dat nu het zomert in de stad en ons leven wij niet vergeten wat daar allemaal gebeurt, dat wij ogen openen en durven te vooroordelen en handen uitsteken en hopen dat iemand ze grijpt en begrijpt. Dat wij durven te weten wat in dit leven gevoeld en gezien kan worden om tot volle verandering te komen. Dat u geraakt kunt worden door het leven in haar schoonste en lelijkste vormen. Ergens tussen dat zalig zomers zijn ogen en gedachten laten rusten op wolken, op het hart en hoofd, op de tijd, op alle slachtoffers. Laten we daar alvast nu mee beginnen, denk ik dan. 

vrijdag 27 juni 2014

In uw neus zit ook wiskunde.

Ik las daarnet het zoveelste artikel online waarin stond dat het geheim van vrouwelijke schoonheid een kwestie is van de juiste neus. Het resultaat van een onderzoek verklaart dat de perfecte neus 106 graden gepositioneerd moet zijn en benadrukt overigens dat het de eerste keer is dat de draaiing van de neus gebruikt wordt om schoonheid te bepalen. In uw neus zit ook wiskunde, wie had dat ooit gedacht? Gelukkigen op deze wereld met de perfecte neus zijn o.a. Scarlett Johansson en Jessica Biel.  
Schoonheid wordt zonder meer al te vak een tak van wetenschap en logica, van het hoofd zonder hart. We denken het te kunnen grijpen en begrijpen. We hebben er een gewoonte van gemaakt om op alles een cijfer te plakken, omdat die toch een garantie biedt op gecontroleerd geluk. Zo’n geluk dat overigens leefbaar is, dat tijdelijk dolgelukkig maakt, dat aanwijsbaar en bewijsbaar is, dat vergelijkingen van appelen met peren schaamteloos toelaat. Zo’n geluk waarin velen hun toevlucht nemen en hun wereld verkleinen tot een allegaartje van eenzame getallen. Ik heb mezelf er ook op betrapt op dat te vermoeiende meten aan alle soorten van idealismen.
Nu de zomer opnieuw door onze levens waait, is schoonheid altijd directer aanwezig. De vrouwenmagazines hebben het u waarschijnlijk wel verteld hoe je bikiniproof kon worden in vier of soms maar twee weken tijd met strikte tips en tabellen. Volhouden en doen en weinig denken. Zo moet dat dan maar. Voor de zomer en dat lijf, voor tijdelijke schoonheid, te vaak voor het kritische oog van anderen en te weinig voor jezelf. Met een neus die een draaiing van 106 graden nodig heeft. Ogen die je het beste schminkt naargelang de vorm ervan, kleren die je schikt naar haarkleur,
Op het einde van dit lijstje zou volgens de magazines, wetenschappen en vele boeken schoonheid moeten zitten. Perfectie, als het even allemaal kan.
Soms denk ik dan eens dat op het einde van zo’n lijstje niets anders zit dan een grootste vorm van ongeluk, van teleurstelling, van gebukt in schaduwen lopen omdat die idealen niet dichterbij gekomen zijn, van tranen die rollen zonder echt te snappen waarom ze er zijn, van almaar vermoeid proberen anders te zijn.

Er lijkt iets niet te kloppen. Cut the crap. Geef schoonheid in dit leven gewoon een stoel. Laat het thuiskomen. Laat het aanwezig zijn in spontaan glimlachen. Maak het los van het te overheersende cijfergeluk en durf te leven. Durft te weten dat perfectie zo’n afschuwelijk begrip is en het daarna te verbannen uit een leven en durf vooral te denken dat in schoonheid geen wiskunde moet zitten. Nooit.


maandag 23 juni 2014

Dat wat blijft.


Er valt veel te missen, weet ik. Misschien nog het meest de mensen die me omringd hebben met hun gekke hoofden en ideeën, met het soort leven waarin rijkdom een schonere connotatie heeft, met hun ikjes die ook willen maken en allen evenveel twijfelend zijn.

 Ik zeg je dat het goed is
nu we vallen en niet opstaan
ik wil blijven liggen
in het te zondagse verlangen
dingen uit te stellen

Ik zeg je dat een blauwe lucht
mooier is zonder wolken
omdat dan werkelijk alles
te zien valt
ook de hemel
en haar fouten

Ik zeg je dat er weinig
te weten valt
als het op leven aankomt
en ik maar wat doe
hopend dat er aan de zijlijn van
geluk veel te leren valt
om dan weer door te gaan

Ik zeg je dat het niet hoeft
altijd gelukkig te zijn als het
je dat niet bent
terwijl ik de plooien
in je hoofd probeer glad
te strijken zoekend naar
de gaten in de tijd
en de grijze zones in de taal

Ik zeg je: zwijg met mij
dat we overigens beter weten
dan alle woorden die we spreken
dat er meer te verzamelen valt
dan enkel geld op deze wereld

dat wat blijft
zal thuiskomen
en het misschien wel
alles is waaruit
iets te leren valt

woensdag 18 juni 2014

Dakdromen

Ik doe de laatste tijd wel vaker aan 'dakdromen'. Het is niet alleen mijn favoriete bezigheid, maar ook mijn mooiste werkwoord geworden. De pen vloeit op deze hoogte vaak beter, omdat het leven hier 'onthaast' wordt en dan denk ik altijd: ik ga het zoveel missen dat ik misschien wel blijf.


Dakdromen

de avondlucht is te onpoëtisch om echt
schoon te zijn
we zien er olifanten in en discuswerpers
met geamputeerde armen
we doen aan kinderlijke geestigheid
met een gemak dat enkel te snappen valt
op dit dak waar de hemel altijd
zonder sterren is

met de nacht valt ook de stilte
we liggen wat te staren naar
dat alles boven ons hoofd en
fantaseren woorden bijeen
over alle filosofische verschillen tussen
oogleden en ooglappen
piloten en stewardessen
met wat rosé in de hand vinden we
politieke oplossingen uit en geloven
we dat we wereldverbeteraars zijn van
de allerbeste soort

in dat hoofd van ons huist niet
meer dan een samenraapsel van broze dromen
daartussen kruipt de passie
voor dit leven en de kunst
voor de film en het woord
voor alles dat werkelijk mooi kan zijn
omdat we geleerd hebben 
in alle architecturale lelijkheid
anders te gaan kijken
en we dat ook kunnen

op dit dak dat een plek werd
van grote ontmoetingen
tussen hoofd en hart
en van alledaags geluk
dat nergens aan te meten valt
behalve aan
het huidige ogen-blik






maandag 16 juni 2014

Onderweg gebeuren wonderen weet ik nu.



Ik zat daarnet mijmerend op het dak met ogen die rustten op het fantastische Brussel. Naast me was een meisje met een waterballon aan het spelen. Ze leek zich niet te storen aan het te haastig leven en lachte gretig. Zij deed aan klein geluk en ik moest er liefelijk om glimlachen. Ik gooide haar een zwaaihandje toe waarna ze me vriendelijk ‘Bonjour’ groette. Op de achtergrond hoorde ik Thé Lau zingen dat de wereld van iedereen is en iedereen van de wereld is en ik dacht dat het eigenlijk allemaal zo waar is dat het diep vanbinnen week en wakker maakt.

Ik studeer straks af en heb bijzonder weinig plannen, maar heel veel dromen. Dat kan een mens als eens onrustig maken en dan ga je maar even op het dak zitten hopend dat er een vorm van helderheid in je hoofd kruipt.
Het enige dat ik zowat zeker weet, is dat ik deze zomer opnieuw pelgrim word en ga wandelen op die camino. Ik was het al eens in de zomer van 2009, omdat het leven niet echt liep zoals ik dat wilde en weggaan dan altijd handig lijkt zonder het vluchten te noemen, maar dat was het toch in zeker opzicht. Onderweg gebeuren wonderen weet ik nu. Met een blaadje vragen in mijn hand moest ik een gesprekspartner zoeken. Ik vind zulke opdrachten meestal belachelijk, maar koos iemand uit die het waarschijnlijk al even belachelijk vond als ik. Ik las de eerste vraag hardop voor: Wat is het grootste pijnpunt in je leven? Zij vertelde alle woorden, zoals je dat misschien het beste doet met een wildvreemde, lachte en nodigde me uit hetzelfde te doen. Ik die de woordeloze littekens net genoeg genegeerd had om werkelijk te geloven dat ze echt verdwenen waren, haperde even in alle twijfels om daarna voluit in mijn hoofd te zoeken naar wat verhaal. Vijf jaar later is zij nog steeds die vriendin waarmee ik graag zwijg en praat. Af en toe verdwijnen wij eens in grote zottigheden en tatoeëren wij schelpen op onze voet als ode aan de weg en de vriendschap en rijgen we het ene levensmotto aan het andere als buffer tegen onrust en onzekerheid.
Eigenlijk vind ik angst een slechte raadgever, maar bij het grote straks ga ik toch een beetje bibberen, omdat ik te vaak verloren loop in alle vormen van verwachtingen, omdat ik sinds mijn terugkomst uit Suriname steeds op zoek ben gegaan naar die mooiste versie van mezelf hier en ik almaar het gevoel heb dat ik dat heb achtergelaten daar aan de andere kant van de oceaan, omdat ik me soms afvraag hoelang onderweg zijn duurt en of die weg dan wel de juiste is, omdat ik denk dat allerlei vormen van zoekend zuchten om de liefde of verdriet misschien af en toe ook moet kunnen zonder daarbij te vervallen in goedkoop zelfmedelijden.

Stiekem valt veel te leren van mijn buurmeisje dat met haar ogen op hetzelfde Brussel open lachte en al wist dat iedereen van de wereld is en de wereld van iedereen. Of van mijn beste vriendin die moeiteloos bewees dat je onderweg ook kunt thuiskomen en dat er geen mooiere bestemming bestaat dan die in en bij jezelf en alle leegtes in het hart en hoofd.

zaterdag 14 juni 2014

We hebben allen cijferhoofden die we nodeloos vullen.

Ik heb gisteren meegedaan aan vrijdag de 13e. Bijgeloof, van die meest clichématige soort. Daarna realiseerde ik me al snel dat ik mijn leven al te vaak georganiseerd heb rond getallengeluk en –ongeluk. Cijfers op rapporten, stagepunten, getallen op de weegschaal. Er wordt ons om de oren geslagen met prijzen, procenten, kortingen, minimum- en maximumtemperaturen, inkomsten, uitgaven, leeftijd, calorieën, tijdstippen, deadlines,… We hebben allen cijferhoofden die we nodeloos vullen en zelfs angstig worden wanneer die al te leeg zijn, omdat het ruimtes zijn waarin we onszelf te regelmatig zouden tegenkomen als we echt wilden. We zijn gaan houden van dat gevulde leven en meten er alles aan: geluk, verdriet, zelfvertrouwen, de liefde, talent… Meestal zonder zelfs maar af te vragen wat we nu werkelijk willen of voelen. Het hart wordt genegeerd om allerlei pragmatische redenen.

Ik heb zelf al langer geweten dat ik eigenlijk een lettermens ben, maar dan zo eentje die tijdelijk geluk haalt uit allerhande cijfers ter bevestiging. Als bijna bestaansrecht. Vormen van houvast die veilig bleken te zijn. En daarna vaak heel leeg waren ook, omdat we eigenlijk alleen maar hunkeren naar die meest broze vorm van liefde: ‘Wilt u toch even een beetje van mij houden. Dat heb ik nu verdiend, terwijl je in je armen en handen alle soorten cijfers verzameld hebt ter bewijs.’
Dat moet maar eens gedaan zijn, denk ik nu. Omdat cijfers al te vaak beperkingen opleggen aan grote waarden en normen. Omdat die talenten limiteren tot één te rationele ding. Omdat ze misbruikt worden om de één te gaan vergelijken met de andere zonder dat er iemand beter van wordt en er dan gelachen wordt in vuistjes, achter ruggen en dat we daar allen een brokje gevolgen van meedragen ergens. Omdat ze alle soorten van pronken om totaal verkeerde redenen toelaten. Omdat niets essentieels in dit leven werkelijk de vorm van een cijfer kan aannemen, denk ik dan.


Laat dit hier een oproep zijn om in dat cijferhoofd van u te kijken wat werkelijk primeert. En dan wat woorden te zoeken die u meer prater kan maken, omdat we dat kunnen gebruiken en er beter naar het hart kan geluisterd worden in die schone taal. Dat kan, denk ik, van ons een beter mens maken. En dat hoeft u niet te verdienen. Dat moet u gewoon doen.