zaterdag 26 maart 2016

Goudvis.

Beter is het nooit iets te verlangen, ook geen gemakkelijke dingen, zoals een x’je na een punt in een zin die zegt: ik heb je lief. Er ligt een hand op je schoot net tussen je billen die je vraagt te blijven. Dat doe je niet, omdat niemand je dat ooit geleerd heeft.

Onderweg kom je drie dingen tegen die je absoluut moet onthouden. Een hond die streepje voor streepje het zebrapad oversteekt en daardoor hoopt te veranderen in iets wat geteld kan worden, muntjes bijvoorbeeld. Een oudere dame die het liefst twee jaar geleden al wilde sterven, maar zichzelf uitdoven durft ze niet. Een twijfelaar die eigenlijk een vrij normale pas heeft, maar voor stoplichten krijgt hij het moeilijk omdat die alle twijfels wegnemen.

Je wil nog tegen mensen praten, ze vertellen hoe je er vanbinnen uitziet, welke emoties je elke dag verliest door te zwijgen. In bomen wil je kerven hoe verliefd je bent om eindelijk te weten welke kleuren dat allemaal heeft. Je wil spaghetti eten als ontbijt om jezelf ervan te overtuigen dat je speciaal bent. En het liefst wil je iets studeren dat memorabel is zodat je ouders later gelukkig kunnen sterven.

Uiteindelijk wil je ook minder willen, omdat ze zeggen dat dat ongelukkig maakt. Maar aan sommige adviezen heb je soms zo weinig dat je liefst het tegenovergestelde doet. Je goudvis heb je, bijvoorbeeld, geen naam gegeven, omdat hij toch nergens heen moet. Hij blijft alleen in cirkels zwemmen. Of dat echt bestaan is, weet je niet.


Je hebt je verdriet om van alles ook uitgesteld voor onbepaalde tijd, omdat het later gemakkelijker wordt, zeggen ze. Alsof het zo gaat krimpen en alle woorden die erbij horen verkleind worden. Dat je verdriet een verdrietje wordt en het alleen nog een minuutje nodig heeft om in zijn plooitje te vallen. En in elk hoekje daarvan val je genadeloos mee. 

woensdag 9 maart 2016

Licht is waar geen schaduw is, zeg je.

Het is goed om te weten wat op de bodem ligt als je in je hoofd kijkt. Onder de laagjes van tijd, een meisje van negen dat met handen en voeten spoken uit de kamer jaagt, ze zitten in d’r lichaam. Daar wordt verder niet gesproken en met elke stilte begrijp je iets anders tot je opnieuw geboren wordt. Wat wit is, begraaft een plaats van mogelijkheden, weet je. En weten is uiteindelijk ook een vorm van beginnen.

Het liefst van al kijk je gewoon, terwijl er iemand naast je zit die naar jou kijkt. Je blik volgt, weet wat je daarin denkt. Van alle zwart is dat wat jij bewoont mooist, zegt hij. Je lepelt het uit om er later de vruchten van te plukken. Er iets van te maken dat zinvol is, dat het alle woorden mag hebben waardoor het er ruikt naar thuiskomen. Het moet een geheel worden van verschillende delen die je telkens met een ervaring betaald hebt tot je weer een lichaam hebt.

Misschien gaat het daar zelfs niet om, zegt hij, dat niet over alles boeken geschreven moeten worden. Soms gebeurt het dat keuzes momenten worden waarin alle bestaanbare toekomsten en verledens samen zitten, en jij de enige bent die hen het zwijgen kan opleggen. Je slaat je armen om hem heen, wil bij voorkeur wegwaaien én blijven.

Als ik sterker was, zeg je, terwijl je op de toppen van je tenen gaat staan, dan hoefde ik niets en kon ik alles. Wat geloven daarin eigenlijk doet, is je buigzaam maken in plaats van breekbaar. Dat als elke dag toch gewoon als een andere is, je de zon verplaatst tot die samenvalt met elke leeftijd die je wilde vergeten. Licht is waar geen schaduw is, zeg je. Licht is waar alles gewichtloos is, voor wie het van zwaartekracht wint, voeg je nog toe.



vrijdag 26 februari 2016

Op die stoel moet staan: laat hier je verdriet achter.

Er zou een houten stoel moeten staan op een plein waar verder alleen bomen groeien. Het zijn kerselaren die om onbekende reden verward worden met treurwilgen afhankelijk van welk weer het precies is. Op die stoel moet staan: laat hier je verdriet achter. Daar zouden alle soorten mensen passeren die er op verschillende manieren gaan zitten.

Sommigen worden de stilte waarin het regent in hun hoofd, anderen zouden er huilen en zeggen: dat is het leven, ik besta uit ongeveer 60% procent water en wil dat gewoon aan mezelf bewijzen. Nog anderen zouden er hun knieën optrekken, hun hoofd leggen, zichzelf zo klein mogelijk maken en hopen dat ook hun verdriet mee krimpt. En sommigen zouden niet durven, maar gewoon zeggen dat ze geen tijd hebben, alsof dat soms ook hetzelfde is.

’s Avonds zouden er rondom die stoel zakken staan met daarin die keer dat je goudvis doodging die je nog een naam moest geven, of een andere keer dat je besloot je bestaan op te eisen en dat deed door dingen te gaan tellen, of het moment waarop je al volwassen moest zijn, en je had nog een lichaam dat daar niet bij paste, maar je las wel de juiste boeken. En in de moeilijkste zakken zou het gaan over de mensen die je aan de hemel hebt afgestaan waarna het missen begon. Maar je wist niet hoe dat moest en ging dan maar braambessen plukken voor je moeder en haar huisgemaakte confituur.

Alles zou uiteindelijk geteld worden, zak per zak, en mensen zouden vragen wie precies wat wil troosten. Dat pijn het best gedeeld kan worden als een koekje tot het plein opnieuw leeg zou zijn. 


’s Nachts zou je stiekem naar die stoel gaan kijken. Er in kleermakerszit voor gaan zitten, je hoofd erop leggen en hopen dat alles vanzelf verdwijnt.  Van die nacht zou je ook verwachten dat ze je een handleiding geeft van troost voor de volgende keer. Later zou naast die stoel een andere staan, die je kocht in de kringwinkel waar je almaar zocht  naar wat je vroeger gemist hebt, voor het evenwicht en alle evenwichtige verdriet.  

dinsdag 2 februari 2016

Heimwee is altijd even groot als het huis dat je achterlaat.

Vanmorgen sta je op en blaast een bel om de dag in te vangen. Dat alle dingen vandaag eens samen mogen vallen tot ze vanzelf iets betekenen.  Het woord allegaartje past erbij. Je voegt nog een ‘s’ toe zodat het een allesgaartje mag worden.

Dat je onder andere rood zou aanlopen tijdens een gesprek over sexy zijn en daarna beseft dat je je tanden niet gepoetst hebt en hoopt dat je niet gaat kussen. Je raakt alleen zijn wang aan met je duim.

Dat je twee pralines zou eten in plaats van één en dat een ongelukje noemt en daarna je handen op je buik plaatst. Je wordt alleen maar dik van angst. Dat je jezelf almaar kapot gaat denken, omdat je gisteren vast weer van alles verkeerd gedaan hebt. Zijn naam genoemd hebt, gezegd hebt dat zijn ogen raar stonden als hij het woord vlinder uitsprak, alsof hij die nog uit de lucht moest vangen. Voor zwijgen ben je zodanig niet gemaakt dat je soms nooit anders doet.

Daarnaast ben je ook een bank in het park waar de zon voor altijd schijnt. Je gaat in jezelf zitten, of dat dan eventueel een vorm van thuiskomen is, vraag je je af. Je trekt die jas aan en wandelt weg. Heimwee is altijd even groot als het huis dat je achterlaat, zeggen ze.


Wat je het meest zou missen, is een kind dat zegt dat dromen het leukst zijn als hij wakker wordt, omdat ze alleen maar blijven groeien. Een boek waarin getekend is hoe geluk er dan precies uitziet later. Twee ogen die uit die manieren van kijken naar een schaal kunnen maken om er woorden in te leggen die je elkaar almaar vergeet te zeggen. Tot je ze zegt. 

zondag 27 december 2015

Verder lust hij ook geen verdriet, wegens zijn moeilijke vertering.

Jos lust geen soep. Verder lust hij ook geen verdriet, wegens zijn moeilijke vertering. Die excuses staan hem wel.  Elke dag wandelt hij het blokje om en groeit daarbij een centimeter of tien als de zon schijnt. Zijn blik is altijd overal, maar nooit hier. Net zoals zijn gedachten.

Op vrijdagavond drinkt hij bier op café met zijn vrienden. Hij is bijzonder goed in koetjes en kalfjes en soms zelfs in minder. Wat hij dan vertelt, wordt altijd onder voorbehoud vergeten. Dat hij bijvoorbeeld niet verliefd kan worden, behalve op Lily die niet bestaat. Dat ze niet bestaat is voornamelijk bijzaak. Ze heeft wel blonde krullen en amandelvormige ogen zo blauw als een wolkeloze hemel met vogels in en ze kent onder andere ook Chinees. Dat ze vloeiend spreekt als ze met stokjes eet. Dat doet ze nooit. Kussen hebben ze ook nog niet gedaan. Hoofdzakelijk omdat ze niet bestaat en verder ook omdat hij dat toch niet zou durven.


Durven is een werkwoord dat Jos moeilijk vindt. Persoonlijk houdt hij meer van moeten, omdat je dan niets hoeft te kiezen. En leven zonder keuzes is eigenlijk alleen maar rechtdoor lopen met gesloten ogen en af en toe wachten wanneer dat gezegd wordt. Voor de rest valt er weinig te weten over Jos. Dat hij zes dagen geen naam had, omdat zijn ouders eindeloos ruzie maakten en daar nooit meer mee gestopt zijn. Dat hij zijn leeftijd telt in herinneringen en daarom zo weinig mogelijk doet, omdat hij nooit ouder wil worden dan elf. Dat richtlijnen bepaalde lijnen zijn die je naar geluk kunnen leiden, maar op papier kun je ze niet tekenen en eigenlijk ook nooit zien, alleen maar voelen. En dat kan Jos bijvoorbeeld niet zo goed. Dat alles verder een dubbeltje op zijn kant is, dat hij draait met de wind. Het liefst waait hij gewoon mee.  Want alle ongeluk begint bij breken, weet hij. 

maandag 23 november 2015

Het begint altijd met verlangen.

Daarnaast zou moeten staan:  ik blijf. Alle deuren heb ik ingestampt, ben blijven opstaan, omdat vallen zo alledaags is. Ik heb een jurk aangetrokken met bollen op, draag bloemen naar de Turkse bakker. Bon journée, probeer ik nonchalant.  

De stad heeft alle ochtenden in zich. Wakker worden hoeft ze vandaag niet te doen. Je kan, bijvoorbeeld, wel tellen hoeveel keer je iemand niet hebt aangekeken, omdat je dacht dat je passen belangrijker waren. Je kan ook denken dat het die andere was die zijn gezicht verstopte, terwijl je hoofd aan doodgaan dacht en niet kijken, niet bestaan is. Wat niet waar is, maar je wilt dat het liefst van al geloven en dragen als een sjaaltje dat bij je jas hoort.

Bang zijn is natuurlijk niet hetzelfde als muren bouwen waarop men later schrijft: Bruxelles, ma belle. En je herhaalt het een keer of tien, opdat het begint met glimlachen en eindigt met een man die zwaait met open armen. Hij wil alle mogelijkheden groeten. Angst laat zich gemakkelijk verkopen, weet hij nog. En met twee handen duwt hij het voor zich uit. Hij rookt een sigaret die vol vertrouwen wolkt. We kunnen alleen maar zijn, zoals de dag. En je gaat in je buik slapen.

Je bent daarna een gebouw waarin de stilte zit. Van alles moet je gaan bewaren, zoals het groeiende boompje in die nieuwe straat, de woorden als we allen zwijgen, het licht voor later, de sneeuw om met dat wit ervan opnieuw te beginnen. En alles is een verschijnsel dat ramen nodig heeft.

Daarnaast zou ook nog moeten staan: ik houd van je. En dat zou enkel begrepen worden door mensen die verdwalen en beleggen in verbazing. Dat de stad een huis vol kinderen is waar het gras nog groeien moet. Je hebt verder nooit iets moedigs gedaan, zet je schoen voor de sint, vraagt of hij er hoop in legt. Je vermeldt erbij dat dat ballonnen met touwtjes mogen zijn waar we de wereld aan vastknopen. Het begint altijd met verlangen. 


maandag 16 november 2015

Met je ogen kun je vast kranten schrijven en weten wat de wereld mist.

Je leest snel, zegt hij. Met je ogen kun je vast kranten schrijven en weten wat de wereld mist. Een roze hand die zegt: val in mij.

Je houdt een agenda bij over verlangen. Zet kruisjes bij dagen die iets mankeren, wakker worden en denken: vandaag ben ik groot. Ondertussen ga je bessen plukken, mensen kussen en vreemden vertrouwen met je verdriet. Ze zeggen dat je er de ogen voor hebt.

Je kijkt, bijvoorbeeld, naar van alles. Onder andere naar hoe sommige dromen je stuurloos maken. Anderen geven je een lichaam waarin je groeien kunt tot je eindelijk jezelf wordt. Vaak heb je je afgevraagd waarom bepaalde vragen blijven duren. En niemand ons gezegd heeft hoe we moeten waaien. En als er niets meer is, waar haal je troost dan?

Op het puntje van je stoel zitten staren naar je voeten en ze een naam geven. En die de volgende dag veranderen, omdat je toch niet kiezen kan. Zeggen dat dat niet gelijk is aan twijfelen , maar wispelturig zijn is en dat uitspreken als ‘wispeltreurig’, omdat kiezen je altijd droevig maakt.

Verder is er weinig van tel, behalve de bomen die je elke dag verplaatst om ze over de stilte te hangen. Het maakt deel uit van wat je leven noemt, wat vaak begint met zwijgen. Niemand die vraagt waar je dat geleerd hebt. Er zullen vast oude boeken zijn. In ieder geval zou je er het liefst iets over lezen dat waar is, op een bank gaan zitten in een park en een gekozen kant zijn waarop iemand een vlag geplant heeft, je mag bestaan.