donderdag 12 april 2018

Op kap van de kinderen


Dat Rusland en Amerika het niet al te best met elkaar kunnen vinden, is oud nieuws natuurlijk. En het is moeilijk te begrijpen dat net in die cruciale landen ‘white priviliged men’ aan het roer staan die wereldvrede op het spel zetten via tweets, anno 2018.

Maar waar ik het eigenlijk over wil hebben zijn de kinderen in het verwoeste Syrië die er bang hun lot afwachten, slachtoffer worden van een volgende nog giftigere chemische aanval, de zoveelste aanslag op de menselijkheid die niemand nog kan pikken, en toch, Europa zwijgt en wacht. (Of wacht, May en Marcron gaan akkoord met Trumps huidige houding wat de situatie in Syrië betreft, maar wat betekent dat eigenlijk concreet? Dat zij openlijk achter nieuwe aanvallen staan, dat zij burgerslachtoffers zien als een ‘het doel heiligt de middelen?’)

En België wacht, op wat in godsnaam? Op het zoveelste hartverscheurende filmpje dat plots op Twitter of Facebook verschijnt? Nog meer visuele bewijzen van al die kapotte kinderlevens? Het is mij een raadsel dat ook woede in mij wakker maakt. Er zijn onderhandelingen, telefoongesprekken, er worden oorlogskabinetten aan tafel geroepen. In grote beveiligde gebouwen praten zij over mogelijke acties of sancties tegen Assad (Maar Assad is Syrië en in Syrië leven vele onschuldige burgers, toch?)

Al dat aanhoudend gepraat is in deze urgente situatie eigenlijk een laffe kaart trekken, vind ik. Het is indirect tegen die kinderen zeggen: mijn land moet even bekijken hoe wij er het beste uitkomen, onze economische en financiële belangen afwegen, onze politieke en diplomatieke relaties met buurlanden, Europa en de wereld onderhouden, ervoor zorgen dat we niet in te nauwe schoentjes terechtkomen. Of in kindertaal: ‘Jouw leven telt alleen als wij er zelf niets bij te verliezen hebben.' (Of erger: als wij er zelf iets mee kunnen verdienen, want de oorlogsindustrie is genadeloos.) Maar dan gaat het ook: 'Vrees niet, we zijn niet egoïstisch, we handelen in het collectieve belang van de wereld.' 

Dat we allang faalden in het streven naar dat collectieve belang, is voor mij geen ver-van-mijn-bed-gegeven. Volgende week maandag sta ik opnieuw voor mijn OKAN-klas met daarin enkele gevluchte Syrische kinderen (Kun je hier eigenlijk over de ‘gelukkigen’ spreken omdat zij ontsnapt zijn aan nog meer ondragelijk leed?) en schaam ik mij collectief voor de lafhartige houding van België, en van het westen. Het afwachtend niets doen, het doorschuiven van verantwoordelijkheden in andermans schoenen, het wegkijken waarmee wij eigenlijk alleen maar de geschiedenis feilloos herhalen.

In mijn klas zitten gevluchte leerlingen hopend op betere levens, op nieuwe kansen, op wakker worden onder bomvrije luchten, op het snel overgaan van de oorlog zodat zij terug kunnen keren naar daar waar hun wieg staat. Want zij hebben niet voor deze oorlog gekozen, zij hebben er helemaal niets mee te maken, voelen woede die ze niet direct tegen iemand kunnen richten, want wie is er eigenlijk echt verantwoordelijk voor? Amerika, Rusland, de regering Assad, Europa? Zij weten het in ieder geval niet. Ze geven de feiten betekenis door er een elfje over te schrijven in de klas dat als volgt gaat:
Syrië
vechten, moorden
oorlog woedt er
mensen vluchten allemaal weg
pijn

Mijn leerlingen, en zovele anderen, hebben al eindeloos veel geleden, hun rugzak zit (stilletjes aan) boordevol, en toch, het meerderdeel van de tijd zitten zij lachend, enthousiast met omhooggestoken vinger in mijn klas om een nieuwe taal te leren. Zelfs wanneer zij een familielid of -leden verloren hebben, zelfs als er onzekerheid heerst over hun verblijfsstatus in België, zelfs als er geen contact meer is met het thuisfront, zelfs als het OCMW (wat nog altijd een afkorting is voor Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn) hen uit hun Belgische tijdelijke huurhuis wil zetten, omdat ze dringend een eigen woonst moeten zien te vinden, (omdat de wet de wet is), zelfs als ze hier in hun eentje zijn aangekomen. (En dan spreek ik nog niet over de omstandigheden onderweg, de mensensmokkel, de doden.)

En wij, België, verwachten van hen in de eerste plaats een vlotte integratie in onze Belgische maatschappij, waar zij onze taal moeten leren (het liefst in minder dan één schooljaar, 10 maanden dus) en zich schikken naar onze waarden en normen. Wij eisen van hen die vlekkeloze integratie in het land dat hun thuisland in essentie eigenlijk compleet in de steek liet, dat er niets heeft aangedaan om een verschil te maken in het stoppen van die verschrikkelijke oorlog. En als zij niet in staat zijn om tijdens de belangrijke interviews op het commissariaat in Brussel een samenhangend verhaal te vertellen, en de vragen op een ‘goede’ manier te beantwoorden, (lees dezelfde antwoorden geven op dezelfde vragen die interviewers herhalen in andere woorden en andere formuleringen) dan dreigt de uitzetting uit ons land. Dan zijn ze hier niet meer welkom. (Al blijft het de vraag of ze dat in de eerste plaats al waren.)

De huidige politieke dreigingen opgevoerd door Amerika en Rusland zijn wraakroepend als je die andere kant van de realiteit ziet, de gevluchte kinderen op de schoolbanken die kost wat kost voor dat betere leven willen gaan. De alarmerende dreigingen en het haantjesgedrag van Trump en Poetin zijn levensgevaarlijk voor elk kind dat zich nog steeds in dat bedreigde gebied bevindt, voor elke mens die er nog zijn of haar eigen leven heeft. Met al die kinderen in het achterhoofd lijkt het me onmogelijk om niet verontwaardigd te zijn over de (apathische) houding van het westen. Als er nu iets is wat ons kan verbinden, laat het dan de verontwaardiging zijn, het bewustzijn dat wij dit niet meer pikken, de schreeuw om directe actie in de vorm van snelle vredesonderhandelingen, geen nieuwe aanvallen, of in de woorden van Stéphane Hessel: Neem het niet! (Zijn prachtige essay is brandend actueel.)

Neem het niet! Dat er geen kapotte kinderlevens meer moeten volgen waarover ze later elfjes schrijven die je keihard bij de keel grijpen. En dat schreeuwen kan wat mij betreft ook op Twitter beginnen: Stop the Syrian war. #enoughisenough

zondag 7 januari 2018

Zij met hun vele uiteenlopende verhalen.

Geachte heer Dewinter

Ik nodig u uit op de schoolbanken van een OKAN-klas, de Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers. Velen onder hen zijn kinderen van ‘de mensen die hier zonder centjes aankwamen’ en die volgens u ‘weinig meerwaarde bieden’, bron vrtNWS. Graag plak ik voor u een gezicht op de ‘verkeerde nieuwkomers’.

Mijn leerlingen leren de taal en dus ook hun blik verruimen, omdat zij vaak iets moeten uitleggen met handen en voeten. Daardoor ontdekken zij de kracht van ontelbare Nederlandse (werk)woorden. Kijken wordt twee vingers die naar de ogen wijzen. Schrijven wordt een hand die een sierlijke beweging maakt. Nadenken wordt een tik op de slapen. Lezen wordt een wijsvinger die over papier gaat. Luisteren wordt het trekken aan een oor.

Zij voorzien onze Nederlandse taal van plasticiteit. En als dat nog niet volstaat, wat kan, springt er een andere leerling enthousiast bij die vertaalt. (Ja, het gebeurt, en wat is het mooi als we elkaar eindelijk begrijpen.) En waar taal niet nodig en overbodig is, vinden we elkaar steevast opnieuw, in de glimlach, in het wederzijds respect voor elkaars achtergrond, godsdienst en meningen.  

Zij met hun vele uiteenlopende verhalen die daar vaak in hun latere leven een zware prijs voor moeten betalen. Sommigen blijven zwijgen en lachen. Anderen worden boos, omdat wie geen manier én taal vindt om verdriet te uiten vaak terugvalt op woede.

Zij die soms maanden alleen onderweg zijn geweest, zij die voor hun leven hebben gevreesd. Zij met gebroken gezinnen. Zij die opnieuw van nul moeten beginnen. Zij die vaak het liefst in hun thuisland waren gebleven, zij die het nodige moesten doen om die vreselijke oorlog te overleven.

In een OKAN-klas zit de wereld samen, meneer Dewinter. Wij concentreren ons dagelijks op alle gelijkenissen en halen uit de verschillen een kracht om mee te bouwen aan dat noodzakelijke wij-verhaal. Bij ons staat elk kind en dus ook elk leven centraal.


Goede groet


De ‘verkeerde’ nieuwkomers en OKAN-leerkracht, Lies 

dinsdag 13 december 2016

Je hebt helden nodig, het liefst dagelijks.

Je morst op onmogelijke plaatsen, zegt zij.
Ik laat sporen na, zeg je. 

De kamer bemoeit zich met niets. Er is het stof en je Swiffer en die twee kunnen het al maanden niet meer met elkaar vinden. Je hebt het over vermoeiende vredesakkoorden die de gesprekken vooral halen door het uitstellen ervan. Van muren houd je het liefst als ze zwijgen. Als ze koppig rond de stilte staan en heroïscher worden met tijd. Je hebt helden nodig, het liefst dagelijks, om te blijven geloven in goede mensen. Om te blijven geloven dat je op blote voeten in het gras mag staan terwijl je zolang naar de maan kijkt tot je loensende ogen krijgt, en gedachten.

Je wordt het gemakkelijkst verliefd op verdrietige mensen, omdat zij getroost moeten worden. Je hebt een schoot waarop je van alles gaat aaien tot elke rimpel en plooi vanzelf verdwijnt en elk gevoel dat daarbij hoort. Dikke, oude katten die manken, krijsende baby’s met groene snottebellen en mensen die van cake houden en kruimels achterlaten en sorry zeggen, alsof ze het liefst nergens nog willen bestaan.

Je gaat een liedje zingen over kinderen met ongelijke kansen. Gisteren keek je nog eens televisie. Je wilde meepraten en lachen en grapjes eindelijk begrijpen. Misschien ook onthouden, maar in alle eerlijkheid was dat hopeloos. Even hopeloos als goede punten halen voor een wiskunde-examen nadat je vier uur gestudeerd had en waarna je jezelf beloofde schrijver te worden. Dromen ontstaan het gemakkelijkst na wanhoop. Wanneer het waanzinnig is nog iets te hopen, maar de dromen hebben alleen een hart nodig, zei iemand. Hij kon je vader zijn, dat was hij misschien eens af en toe, als er tijd was.  En geld. 

‘Kies een woord’, zegt ze.
‘Waarom?’ zeg je.
'We moeten meer vragen stellen,' zegt ze. 

De ketel fluit. Je gaat thee drinken. Je gaat thee drinken en een boek lezen. In een te stille kamer waarin van alles verdwijnt tot het spoken worden.

‘Hou je handen samen, ik wil geen vlekken zien.’
Je houdt je benen en handen samen. Je houdt je adem in. Je denkt nog: hemel, ik wil iets tellen. Je slaat de kruimels van je schoot, legt er een hand. Het liefst ben je voorbereid op elke mogelijkheid tot verdriet.  

‘Negen’, zeg je nog.
Ze lacht.
Je denkt: niet spoorloos. Dat is alleen het geluk op zondagavond nadat de week voorbij vloog en je niet één keer zei: ik zag de lucht dansen en wist het zeker, hier moest ik al die tijd zijn.



dinsdag 18 oktober 2016

Je ontdekte dat stiltes van bomen iets eeuwigs hebben.

Je hebt een aantal verkeerde beslissingen genomen. Je zei mensen dat het mislukkingen waren, en dat wat voorafging de hoop was dat het zou lukken. Hoop is misschien wel het gouden wolkje waar leeftijd nooit telt. Het gebeurde allemaal niet. Later vond je er het woord natroost voor uit. Het is het noodzakelijke dat volgt nadat je gesust werd met gemakkelijke woorden. Het verdriet van je afschudde en zei: hemel, laten we ophouden en een biertje pakken.

Je hebt een aantal brieven geschreven naar mensen die uiteindelijk nooit geantwoord hebben. Je stelde er moeilijke vragen over wat ze nooit zeker waren. Hoe het kwam dat stuurloosheid het gevolg was van een sterk verlangen. Je hebt zelfs even over wiskunde gepraat in de hoop het verleden recht te zetten. Je palaverde over boeken die je niet interessant vond in de hoop er harten mee te winnen die niet voor jou bestemd waren. Je won altijd van alles, en ’s avonds in bed ging je dromen over meisjes die vliegen konden.

Je hebt thee gedronken onder een boom en gevraagd of die met jou wilde zwijgen. Je ontdekte dat stiltes van bomen iets eeuwigs hebben. Voor het eerst moest je huilen. Je had nog allerhande bewijzen nodig voor later, maar besefte dat het vooral ging over niets moeten. Je glimlachte. Een keer of vijf. Je wilde eindelijk ook eens van getallen houden.

Je hebt je grootmoeder gebeld om plots opnieuw te beseffen dat ze al twee jaar gestorven is. Je zou daar met haar om lachen en taart bakken. Je zou koffie drinken. Een verhaal vertellen over toen schoenen nog op daken vlogen, je op haar sofa danste en voor het eerst ontdekte dat je heupen had. Je zou voornamelijk begrijpen dat sommige stukken hemel alleen maar gemaakt zijn om gemis aan te meten.

Je hebt alle soorten dingen gekocht die je uiteindelijk nooit zal gebruiken. Ze vullen alleen maar wat anderen nooit gezegd krijgen, geven je de zekerheid dat er ook zaken zijn in het leven die blijven. Je nodigt mensen uit die je niet echt mag. Ze kopen koekjes voor je met chocolade. Je wilde dat je er een paar eten kon. Je wilde dat je dat echt wilde. Je praat wartaal met ze. Ze vinden je grappig. Ze zeggen dat ze je grappig vinden omdat je kat ‘Cactus’ heet.

Je hebt je schoenen uitgetrokken voor het haardvuur. Je wacht op van alles. Je wacht met worden wie je eigenlijk bent om de afmetingen van ongeluk werkelijk te kennen. Je wacht op iemand die de woorden voor je openlegt, en zegt: hemel, zat jij al die tijd te wachten? Je vlecht je haren, legt je hoofd te slapen. Je hebt het altijd allemaal geweten, je hebt jezelf alles al drie keer verweten.


Je hebt een auto de straat uitgeduwd toen het vroor. Je buurman zei je dat niemand ooit zo sterk kon zijn. Je glimlachte. Hij gaf je bier. Je bleef een tijdje. Hij vertelde je over oorlog. Je hebt geluisterd. Je wist dat je dit niet mocht vergeten. Hij zat te staren, zei dat je later terug moest komen om een bokaal opgelegde krieken. Haast je niet, zei hij, ik kan alles als de beste bewaren. 

zondag 17 juli 2016

Er is helemaal niets te doen, en ook dat gaan we beleven.



Er is helemaal niets te doen, en ook dat gaan we beleven. Alle hoeken van de kamer heb je al geteld en bewoond. Dat je niet meer luistert naar je naam, omdat je die gekregen hebt van de vrouw die je nooit liefhad. Het verhaal heb je me al zeven keer verteld. Maar huilen deed je niet. Wat heb je er aan, vroeg je stil tot het voelen het van het denken overnam, en je je ogen richtte op het enige punt dat veilig was; de toppen van je tenen. 

Gezocht: mens die me leert liefhebben, plakte je aan vijf willekeurige palen in de stad. Tekende er een hart bij, hoopte daarin alles te vangen wat je gemist had. Rood werd de kleur die je begon te haten. 

We zouden vannacht samen dromen. Sommigen zeggen dat dat kan. Dat waar de één start, de ander volgt, en omgekeerd. Ik ben de volger, houd het licht daar waar je nog iets moet zien. Van elke blik die ik al ontmoet heb, kijk je het meest zoals de zee. 

Je houdt niet van eindigen, maar weet dat het niet anders kan. We kunnen niet eeuwig reizen, hebben er het geld niet voor. Dat we arm zullen worden van verdriet, tot de dromen het weer overnemen. Omdat het om evenwichten gaat. Vandaag bijvoorbeeld nog het meest van al. 

Je hebt de klok om zeven voor acht gezet, zodat we nog minstens zes minuten hebben om elkaar opnieuw te ontdekken. Je maakt je schoot vrij voor mijn hoofd. Ik kende je alleen van horen zeggen, wist dat je voornamelijk leefde voor het ongeluk, maar dat zorgde voor de beste verhalen. Je wilde schrijver worden, dacht dat vooral ging om perfect kunnen schrijven, tot je ontdekte dat het voornamelijk ging over hoe je vingers elke dag aanraken. De tijd zo schikken dat ze altijd eeuwig duurt, ook al doet ze dat nooit. Waar realiteiten stoppen, begint het wit van een blad te jeuken. 

Als we echt wisten hoe herinneringen werkten, zouden we meer gaan leven, wat je ooit eens op een muur schreef die je later zwart verfde. Het is gelezen door wie het lezen moest. En de rest zal het vanzelf weten door tegen diezelfde muur aan te knallen. Medelijden is wat ons klein houdt, en wij moeten nog zoveel leeftijden worden. 

Wees maar stil, ik heb je al een keer opgevangen. Het is niet genoeg, nooit genoeg, en alle begin begint met wankelen. Je houdt mijn hand vast, zegt niets meer, omdat alles al gezegd werd toen de zon net opkwam en jouw lichaam nog het mijne was.

woensdag 6 juli 2016

Het leven (overal) zoekt MENS


Fulltime bezigheid, online sinds 6 juli 2016

Functieomschrijving: Wie is MENS? Wat is leven?

Als MENS ben je verantwoordelijk voor je eigen leven. Je zet er gretig je tanden in met een grote dosis enthousiasme en een flinke portie moed, en durft af en toe flink uit de bocht vliegen. Je durft elke confrontatie in het leven aan te gaan, ook de zwaarste en moeilijkste. Je durft moeilijke keuzes maken, en beseft ook dat het niet zozeer gaat om het onmiddellijk maken van de juiste keuzes, maar het leren uit elke situatie die daaruit volgt. Je stelt je waarden en normen bij, op momenten die voor jou juist aanvoelen. Naast je denken durf je vol overgave in je gevoel te gaan staan, laat je toe wat daarin gezien en gehoord moet worden, durf je dat te vertrouwen als het nodig is. Je gelooft oprecht in authenticiteit en stelt daarom ook alles in het werk je eigen stem en identiteit te ontwikkelen, los van verwachtingen, verplichtingen en gewoontes. Je beseft boven alles dat leven liefde is, en omgekeerd.

Profiel: Wie ben jij? Wie wil je worden?

Je bent een m/v/x met een hoofd en hart, zoekend naar wat goed, mooi en echt is in dit leven.
-          gezond evenwicht ervaringsgericht voelen en logisch denken
-          met je hoofd tegen een muur durven knallen, gemaakte fouten omarmen zonder ze per se goed te praten
-          trouw blijven aan jezelf, aan wat jou maakt tot wie je bent
-          kwetsbaar durven zijn, en weten dat daarin werkelijke sterkte ligt
-          kracht putten uit je persoonlijk verhaal om anderen te inspireren, motiveren, appreciëren
-          down to earth dromer, omdat het één niet zonder het ander kan
-          uit ervaring weet je vooral dat ervaring erg moeilijk is
-          je beseft dat een opsomming van kenmerken belachelijk beperkend is om iemand te omschrijven!

Aanbod: Wat krijg je?

Het leven biedt jou een fulltime bezigheid aan die tot een vorm van onbetaalbare rijkdom zal leiden als je er voluit voor durft te gaan. Dat zal zich uiten in alles in het leven waar woorden als geluk, verdriet, angst, liefde, pijn de rode draad zijn.

Waar en hoe reageren?

Ben je bijna uit je stoel gesprongen van enthousiasme? Zat jij ja te knikken? Ben je geprikkeld? Durf jij naar jouw hart te luisteren? Wil jij jouw unieke stem laten horen? Ben jij die mens?


Stuur dan je brief/tekening/gedicht/kus/knuffel/foto/warmte/liefde/animatie/kunst allerhande door naar gallezlies@gmail.com met de vermelding ‘Ik ben een MENS’. Of adresseer het aan Lies Gallez, Engelendalelaan 87, 8310, Assebroek. 

zondag 27 maart 2016

Brief aan mijn onbestaand kind.

Liefste kind,

Wat heb ik me al suf gepiekerd de laatste dagen over wat je worden zal en hoe, dat de wereld niet de plaats is zoals ik je hem eigenlijk wilde geven. Maar het was geen kwestie van kiezen.

Van alle gruwelijke dingen wil ik je de pijn besparen, omdat dat iets is voor volwassen mensen, en dan nog. Het liefst wil ik dat niemand iets te lijden heeft, maar ik heb geleerd dat dat niet kan. Ik vraag me af wat jij zult leren?

Liefde, weet ik, is het antwoord op alles wat in een leven moeilijk is. Dat dat tijd vraagt, liefhebben en houden van, en tegenwoordig moet alles zo ontzettend snel gaan. Ik ben daar altijd bang voor geweest, dat we daardoor essentiële dingen verliezen, onszelf bijvoorbeeld, terwijl jij dat nog volop moet worden.

Natuurlijk zal ik je verhalen vertellen, sommige daarvan heb ik zelf geschreven. Het gaat om werelden creëren met woorden, betere varianten voor de plek die we delen, maar het is niet vluchten. Het is schuilen, en tijdelijk en er dingen leren die enkel daar te leren vallen. Dat de wereld nood heeft aan schoonheid, en dat dat verschillende vormen kan aannemen. Jij mag kiezen welke en je zult daar om glimlachen.

Wat ben ik bang voor de dag dat ik niet elke minuut van je bestaan van veiligheid zal kunnen garanderen, maar ik zal vertrouwen hebben dat jij groeit en de mens wordt die je altijd al moest zijn. Het zou mooi zijn om daar elke dag in te geloven en dat hoop te noemen. Dat we mogen hopen, en dat samen doen.

Op alle vragen die je me ooit zult stellen, zal ik niet altijd een juist antwoord hebben, wat ik moeilijk zal vinden. Maar de twijfels zal ik met je delen, je handen vasthouden en door je haren strelen. Dat sommige dingen in dit leven gigantisch verkeerd zijn, zal je leren door ook verkeerde dingen te doen en je daar later voor te excuseren.

Er zullen dagen zijn waarop alles verschrikkelijk lelijk is, omdat mensen lelijke dingen doen en daar soms zelfs geen reden voor hebben. Je zult huilen, ik ook, naast elkaar waar de troost begint. We zullen het niet begrijpen, maar dat samen doen, verenigd blijven en zijn. En beseffen dat haat niet het weerwoord is dat iemand ooit nodig heeft, integendeel.

Liefste kind, van alle dingen die je zult worden, hoop ik dat je boven al een fort van bodemloze liefde mag zijn, voor jezelf, voor alle anderen die je ontmoeten zal. Dat je daarin mag huisvesten wat je hoofd en hart nodig heeft. Dat je elke dag met mildheid naar jezelf kan kijken, uit elke gemaakte fout mag leren,  bang mag zijn en moedig, wilds en vol vertrouwen elke dag laten tellen.

Liefste kind, de wereld zoals ze vandaag is, is misschien niet bijzonder mooi, maar jij wel, en met elke blik in jouw richting raak jij het mooie, oprechte echte in mij.

Liefste kind, wat zie ik je ontzettend graag. Er zal de dag zijn waarop wij elkaar voor het eerst ontmoeten, en in dat eerste moment zullen wij een eigen taal beginnen, die van warmte en zachtheid.

Mijn liefste kind, ooit zal je van mijn wereld een betere plaats maken, tot dan is het mijn plicht om van de huidige een betere te proberen creëren, op microniveau, voor alle (ongeboren) kinderen en de dromen, voor mezelf, voor alle mooie mensen, voor de wereld, want leven is liefde en omgekeerd.

Veel liefs,

Lies


zaterdag 26 maart 2016

Goudvis.

Beter is het nooit iets te verlangen, ook geen gemakkelijke dingen, zoals een x’je na een punt in een zin die zegt: ik heb je lief. Er ligt een hand op je schoot net tussen je billen die je vraagt te blijven. Dat doe je niet, omdat niemand je dat ooit geleerd heeft.

Onderweg kom je drie dingen tegen die je absoluut moet onthouden. Een hond die streepje voor streepje het zebrapad oversteekt en daardoor hoopt te veranderen in iets wat geteld kan worden, muntjes bijvoorbeeld. Een oudere dame die het liefst twee jaar geleden al wilde sterven, maar zichzelf uitdoven durft ze niet. Een twijfelaar die eigenlijk een vrij normale pas heeft, maar voor stoplichten krijgt hij het moeilijk omdat die alle twijfels wegnemen.

Je wil nog tegen mensen praten, ze vertellen hoe je er vanbinnen uitziet, welke emoties je elke dag verliest door te zwijgen. In bomen wil je kerven hoe verliefd je bent om eindelijk te weten welke kleuren dat allemaal heeft. Je wil spaghetti eten als ontbijt om jezelf ervan te overtuigen dat je speciaal bent. En het liefst wil je iets studeren dat memorabel is zodat je ouders later gelukkig kunnen sterven.

Uiteindelijk wil je ook minder willen, omdat ze zeggen dat dat ongelukkig maakt. Maar aan sommige adviezen heb je soms zo weinig dat je liefst het tegenovergestelde doet. Je goudvis heb je, bijvoorbeeld, geen naam gegeven, omdat hij toch nergens heen moet. Hij blijft alleen in cirkels zwemmen. Of dat echt bestaan is, weet je niet.


Je hebt je verdriet om van alles ook uitgesteld voor onbepaalde tijd, omdat het later gemakkelijker wordt, zeggen ze. Alsof het zo gaat krimpen en alle woorden die erbij horen verkleind worden. Dat je verdriet een verdrietje wordt en het alleen nog een minuutje nodig heeft om in zijn plooitje te vallen. En in elk hoekje daarvan val je genadeloos mee. 

woensdag 9 maart 2016

Licht is waar geen schaduw is, zeg je.

Het is goed om te weten wat op de bodem ligt als je in je hoofd kijkt. Onder de laagjes van tijd, een meisje van negen dat met handen en voeten spoken uit de kamer jaagt, ze zitten in d’r lichaam. Daar wordt verder niet gesproken en met elke stilte begrijp je iets anders tot je opnieuw geboren wordt. Wat wit is, begraaft een plaats van mogelijkheden, weet je. En weten is uiteindelijk ook een vorm van beginnen.

Het liefst van al kijk je gewoon, terwijl er iemand naast je zit die naar jou kijkt. Je blik volgt, weet wat je daarin denkt. Van alle zwart is dat wat jij bewoont mooist, zegt hij. Je lepelt het uit om er later de vruchten van te plukken. Er iets van te maken dat zinvol is, dat het alle woorden mag hebben waardoor het er ruikt naar thuiskomen. Het moet een geheel worden van verschillende delen die je telkens met een ervaring betaald hebt tot je weer een lichaam hebt.

Misschien gaat het daar zelfs niet om, zegt hij, dat niet over alles boeken geschreven moeten worden. Soms gebeurt het dat keuzes momenten worden waarin alle bestaanbare toekomsten en verledens samen zitten, en jij de enige bent die hen het zwijgen kan opleggen. Je slaat je armen om hem heen, wil bij voorkeur wegwaaien én blijven.

Als ik sterker was, zeg je, terwijl je op de toppen van je tenen gaat staan, dan hoefde ik niets en kon ik alles. Wat geloven daarin eigenlijk doet, is je buigzaam maken in plaats van breekbaar. Dat als elke dag toch gewoon als een andere is, je de zon verplaatst tot die samenvalt met elke leeftijd die je wilde vergeten. Licht is waar geen schaduw is, zeg je. Licht is waar alles gewichtloos is, voor wie het van zwaartekracht wint, voeg je nog toe.



vrijdag 26 februari 2016

Op die stoel moet staan: laat hier je verdriet achter.

Er zou een houten stoel moeten staan op een plein waar verder alleen bomen groeien. Het zijn kerselaren die om onbekende reden verward worden met treurwilgen afhankelijk van welk weer het precies is. Op die stoel moet staan: laat hier je verdriet achter. Daar zouden alle soorten mensen passeren die er op verschillende manieren gaan zitten.

Sommigen worden de stilte waarin het regent in hun hoofd, anderen zouden er huilen en zeggen: dat is het leven, ik besta uit ongeveer 60% procent water en wil dat gewoon aan mezelf bewijzen. Nog anderen zouden er hun knieën optrekken, hun hoofd leggen, zichzelf zo klein mogelijk maken en hopen dat ook hun verdriet mee krimpt. En sommigen zouden niet durven, maar gewoon zeggen dat ze geen tijd hebben, alsof dat soms ook hetzelfde is.

’s Avonds zouden er rondom die stoel zakken staan met daarin die keer dat je goudvis doodging die je nog een naam moest geven, of een andere keer dat je besloot je bestaan op te eisen en dat deed door dingen te gaan tellen, of het moment waarop je al volwassen moest zijn, en je had nog een lichaam dat daar niet bij paste, maar je las wel de juiste boeken. En in de moeilijkste zakken zou het gaan over de mensen die je aan de hemel hebt afgestaan waarna het missen begon. Maar je wist niet hoe dat moest en ging dan maar braambessen plukken voor je moeder en haar huisgemaakte confituur.

Alles zou uiteindelijk geteld worden, zak per zak, en mensen zouden vragen wie precies wat wil troosten. Dat pijn het best gedeeld kan worden als een koekje tot het plein opnieuw leeg zou zijn. 


’s Nachts zou je stiekem naar die stoel gaan kijken. Er in kleermakerszit voor gaan zitten, je hoofd erop leggen en hopen dat alles vanzelf verdwijnt.  Van die nacht zou je ook verwachten dat ze je een handleiding geeft van troost voor de volgende keer. Later zou naast die stoel een andere staan, die je kocht in de kringwinkel waar je almaar zocht  naar wat je vroeger gemist hebt, voor het evenwicht en alle evenwichtige verdriet.  

dinsdag 2 februari 2016

Heimwee is altijd even groot als het huis dat je achterlaat.

Vanmorgen sta je op en blaast een bel om de dag in te vangen. Dat alle dingen vandaag eens samen mogen vallen tot ze vanzelf iets betekenen.  Het woord allegaartje past erbij. Je voegt nog een ‘s’ toe zodat het een allesgaartje mag worden.

Dat je onder andere rood zou aanlopen tijdens een gesprek over sexy zijn en daarna beseft dat je je tanden niet gepoetst hebt en hoopt dat je niet gaat kussen. Je raakt alleen zijn wang aan met je duim.

Dat je twee pralines zou eten in plaats van één en dat een ongelukje noemt en daarna je handen op je buik plaatst. Je wordt alleen maar dik van angst. Dat je jezelf almaar kapot gaat denken, omdat je gisteren vast weer van alles verkeerd gedaan hebt. Zijn naam genoemd hebt, gezegd hebt dat zijn ogen raar stonden als hij het woord vlinder uitsprak, alsof hij die nog uit de lucht moest vangen. Voor zwijgen ben je zodanig niet gemaakt dat je soms nooit anders doet.

Daarnaast ben je ook een bank in het park waar de zon voor altijd schijnt. Je gaat in jezelf zitten, of dat dan eventueel een vorm van thuiskomen is, vraag je je af. Je trekt die jas aan en wandelt weg. Heimwee is altijd even groot als het huis dat je achterlaat, zeggen ze.


Wat je het meest zou missen, is een kind dat zegt dat dromen het leukst zijn als hij wakker wordt, omdat ze alleen maar blijven groeien. Een boek waarin getekend is hoe geluk er dan precies uitziet later. Twee ogen die uit die manieren van kijken naar een schaal kunnen maken om er woorden in te leggen die je elkaar almaar vergeet te zeggen. Tot je ze zegt. 

zondag 27 december 2015

Verder lust hij ook geen verdriet, wegens zijn moeilijke vertering.

Jos lust geen soep. Verder lust hij ook geen verdriet, wegens zijn moeilijke vertering. Die excuses staan hem wel.  Elke dag wandelt hij het blokje om en groeit daarbij een centimeter of tien als de zon schijnt. Zijn blik is altijd overal, maar nooit hier. Net zoals zijn gedachten.

Op vrijdagavond drinkt hij bier op café met zijn vrienden. Hij is bijzonder goed in koetjes en kalfjes en soms zelfs in minder. Wat hij dan vertelt, wordt altijd onder voorbehoud vergeten. Dat hij bijvoorbeeld niet verliefd kan worden, behalve op Lily die niet bestaat. Dat ze niet bestaat is voornamelijk bijzaak. Ze heeft wel blonde krullen en amandelvormige ogen zo blauw als een wolkeloze hemel met vogels in en ze kent onder andere ook Chinees. Dat ze vloeiend spreekt als ze met stokjes eet. Dat doet ze nooit. Kussen hebben ze ook nog niet gedaan. Hoofdzakelijk omdat ze niet bestaat en verder ook omdat hij dat toch niet zou durven.


Durven is een werkwoord dat Jos moeilijk vindt. Persoonlijk houdt hij meer van moeten, omdat je dan niets hoeft te kiezen. En leven zonder keuzes is eigenlijk alleen maar rechtdoor lopen met gesloten ogen en af en toe wachten wanneer dat gezegd wordt. Voor de rest valt er weinig te weten over Jos. Dat hij zes dagen geen naam had, omdat zijn ouders eindeloos ruzie maakten en daar nooit meer mee gestopt zijn. Dat hij zijn leeftijd telt in herinneringen en daarom zo weinig mogelijk doet, omdat hij nooit ouder wil worden dan elf. Dat richtlijnen bepaalde lijnen zijn die je naar geluk kunnen leiden, maar op papier kun je ze niet tekenen en eigenlijk ook nooit zien, alleen maar voelen. En dat kan Jos bijvoorbeeld niet zo goed. Dat alles verder een dubbeltje op zijn kant is, dat hij draait met de wind. Het liefst waait hij gewoon mee.  Want alle ongeluk begint bij breken, weet hij. 

maandag 23 november 2015

Het begint altijd met verlangen.

Daarnaast zou moeten staan:  ik blijf. Alle deuren heb ik ingestampt, ben blijven opstaan, omdat vallen zo alledaags is. Ik heb een jurk aangetrokken met bollen op, draag bloemen naar de Turkse bakker. Bon journée, probeer ik nonchalant.  

De stad heeft alle ochtenden in zich. Wakker worden hoeft ze vandaag niet te doen. Je kan, bijvoorbeeld, wel tellen hoeveel keer je iemand niet hebt aangekeken, omdat je dacht dat je passen belangrijker waren. Je kan ook denken dat het die andere was die zijn gezicht verstopte, terwijl je hoofd aan doodgaan dacht en niet kijken, niet bestaan is. Wat niet waar is, maar je wilt dat het liefst van al geloven en dragen als een sjaaltje dat bij je jas hoort.

Bang zijn is natuurlijk niet hetzelfde als muren bouwen waarop men later schrijft: Bruxelles, ma belle. En je herhaalt het een keer of tien, opdat het begint met glimlachen en eindigt met een man die zwaait met open armen. Hij wil alle mogelijkheden groeten. Angst laat zich gemakkelijk verkopen, weet hij nog. En met twee handen duwt hij het voor zich uit. Hij rookt een sigaret die vol vertrouwen wolkt. We kunnen alleen maar zijn, zoals de dag. En je gaat in je buik slapen.

Je bent daarna een gebouw waarin de stilte zit. Van alles moet je gaan bewaren, zoals het groeiende boompje in die nieuwe straat, de woorden als we allen zwijgen, het licht voor later, de sneeuw om met dat wit ervan opnieuw te beginnen. En alles is een verschijnsel dat ramen nodig heeft.

Daarnaast zou ook nog moeten staan: ik houd van je. En dat zou enkel begrepen worden door mensen die verdwalen en beleggen in verbazing. Dat de stad een huis vol kinderen is waar het gras nog groeien moet. Je hebt verder nooit iets moedigs gedaan, zet je schoen voor de sint, vraagt of hij er hoop in legt. Je vermeldt erbij dat dat ballonnen met touwtjes mogen zijn waar we de wereld aan vastknopen. Het begint altijd met verlangen. 


maandag 16 november 2015

Met je ogen kun je vast kranten schrijven en weten wat de wereld mist.

Je leest snel, zegt hij. Met je ogen kun je vast kranten schrijven en weten wat de wereld mist. Een roze hand die zegt: val in mij.

Je houdt een agenda bij over verlangen. Zet kruisjes bij dagen die iets mankeren, wakker worden en denken: vandaag ben ik groot. Ondertussen ga je bessen plukken, mensen kussen en vreemden vertrouwen met je verdriet. Ze zeggen dat je er de ogen voor hebt.

Je kijkt, bijvoorbeeld, naar van alles. Onder andere naar hoe sommige dromen je stuurloos maken. Anderen geven je een lichaam waarin je groeien kunt tot je eindelijk jezelf wordt. Vaak heb je je afgevraagd waarom bepaalde vragen blijven duren. En niemand ons gezegd heeft hoe we moeten waaien. En als er niets meer is, waar haal je troost dan?

Op het puntje van je stoel zitten staren naar je voeten en ze een naam geven. En die de volgende dag veranderen, omdat je toch niet kiezen kan. Zeggen dat dat niet gelijk is aan twijfelen , maar wispelturig zijn is en dat uitspreken als ‘wispeltreurig’, omdat kiezen je altijd droevig maakt.

Verder is er weinig van tel, behalve de bomen die je elke dag verplaatst om ze over de stilte te hangen. Het maakt deel uit van wat je leven noemt, wat vaak begint met zwijgen. Niemand die vraagt waar je dat geleerd hebt. Er zullen vast oude boeken zijn. In ieder geval zou je er het liefst iets over lezen dat waar is, op een bank gaan zitten in een park en een gekozen kant zijn waarop iemand een vlag geplant heeft, je mag bestaan. 

woensdag 11 november 2015

Het meisje dat ballet deed en van lenigheid haar hart vergroot had.

Alsof alles altijd alsof is en je dus de ene dag een paard van goud hebt, of twee. Ze staan in de wei te grazen. Ze kijken en zien jou mislukken. Je blaast ballonnen op die ontploffen. En daarna ben je tweeëntachtig en weet je niets meer, alleen dat er oorlog was en jij plat op je buik lag in het zand. De bommen sloegen geen ramen in, maar levens en ze vielen. Je hebt er vijf van opgevangen. Dat van je moeder in de eerste plaats, opdat ze eindelijk eens gelukkig zou zijn. Dat werd ze niet.

Dan was de dag een bos op zondag en je liep hand in hand met jezelf van horen zeggen. Het meisje dat ballet deed en van lenigheid haar hart vergroot had en er mensen in stopte die er niet hoorden. Anderen die opeens verdwenen en dingen achterlieten, als een blad waarop geschreven stond: ik moest je nog zoveel zeggen, maar ben het nu vergeten. En je de ‘nu’ uit die zin hebt uitgegomd omdat in die witruimte dan de woorden zouden kunnen vallen die ze niet gezegd kregen.

Soms ben je vijfentwintig en heb je almaar het verkeerde hoofd gedragen als een plastic tasje dat je steeds weer ergens vergeet en de kamers ruiken naar appels, alsof daar bomen groeiden waarin je klom om sterren te tellen toen je dat eigenlijk nog niet kon. Maar je hebt ze op je huid gezet en ze blonken.


Mensen van alsof vertellen geen verhalen, ze weten  al van alles. Dat hoe je staat, bepaald wordt door hoe je handig je met liefde bent. Dat kijken ook een manier is van vergeten. Dat koffie drinken de stilte kleiner maken is. Je zegt nog dat je het liefst een trein zou zijn waarop iedereen vloekend moet wachten. Of die minuut voor het wakker worden en de droom nog een boek is dat gelezen kan worden. Of twee handen die elkaar al langer kennen en tien vingers waarmee je het beste kunt herinneren. 

woensdag 4 november 2015

Onderonsje


Ik ben een flierefluiter die niet kan fluiten. Als ik dans,
gaan mijn voeten slapen. ’s Avonds drink ik witte wijn uit
Zuid-Afrika en vertel mijn buren dat ik daar al geweest ben.
Mijn naam is niet belangrijk. Ik blijf liever anoniem voor het
leven. Wat niet benoemd wordt, bestaat niet.

Grootmoeder zei altijd wijze dingen, ook als ze zweeg. Ondertussen
is ze doodgewoon gestorven. Hier waak ik, hangt nu uit aan de deur.
Samen met haar hoofd, uitgeknipt van op het rouwkaartje. Soms hoor
ik ze blaffen.

Missen is slechts een kwestie van niet kunnen vergeten. Het moeilijkste
zijn de woorden die erbij passen. De deur die almaar opent op vijf
voor twaalf. Alsof de herinnering haar bestaan zoekt op verkeerde
plaatsen. Er valt niets aan te meten, enkel stilte als een lege stoel
aan het ontbijt. Ik en mijn hand er op.

woensdag 30 september 2015

De bergen zwijgen hele dagen.

Ijsland

De bergen zwijgen hele dagen. Dat is goed. Ik wil toch liever
luisteren. Verder is er niets, behalve een huis dat op een kerk lijkt.
Maar bidden doen ze er bijvoorbeeld niet.

Er zijn wegen naar overal en vooral naar nergens. Het gaat
oneindig door en soms zelfs verder als je dat zou kunnen zien.
Wie wil kan schapen tellen, ze staan allen in de wei. Doen niet
 vrolijk, maar zijn wel schattig. En als het waait, waaien ze mee.

Waar je ook gaat staren alles is altijd een beetje hetzelfde. Behalve je
gedachten dan. Die zijn stuurloos, willen altijd van alles, zoals warme
chocolademelk drinken met een rietje, met bergschoenen een toertje lopen
en tegen paarden praten. Het is te gek voor woorden als je het zou
doen. Je doet het toch, natuurlijk. Niemand die het zal weten, leven
gebeurt hier op boerderijen en mensen zijn er alleen in auto’s.