dinsdag 2 februari 2016

Heimwee is altijd even groot als het huis dat je achterlaat.

Vanmorgen sta je op en blaast een bel om de dag in te vangen. Dat alle dingen vandaag eens samen mogen vallen tot ze vanzelf iets betekenen.  Het woord allegaartje past erbij. Je voegt nog een ‘s’ toe zodat het een allesgaartje mag worden.

Dat je onder andere rood zou aanlopen tijdens een gesprek over sexy zijn en daarna beseft dat je je tanden niet gepoetst hebt en hoopt dat je niet gaat kussen. Je raakt alleen zijn wang aan met je duim.

Dat je twee pralines zou eten in plaats van één en dat een ongelukje noemt en daarna je handen op je buik plaatst. Je wordt alleen maar dik van angst. Dat je jezelf almaar kapot gaat denken, omdat je gisteren vast weer van alles verkeerd gedaan hebt. Zijn naam genoemd hebt, gezegd hebt dat zijn ogen raar stonden als hij het woord vlinder uitsprak, alsof hij die nog uit de lucht moest vangen. Voor zwijgen ben je zodanig niet gemaakt dat je soms nooit anders doet.

Daarnaast ben je ook een bank in het park waar de zon voor altijd schijnt. Je gaat in jezelf zitten, of dat dan eventueel een vorm van thuiskomen is, vraag je je af. Je trekt die jas aan en wandelt weg. Heimwee is altijd even groot als het huis dat je achterlaat, zeggen ze.


Wat je het meest zou missen, is een kind dat zegt dat dromen het leukst zijn als hij wakker wordt, omdat ze alleen maar blijven groeien. Een boek waarin getekend is hoe geluk er dan precies uitziet later. Twee ogen die uit die manieren van kijken naar een schaal kunnen maken om er woorden in te leggen die je elkaar almaar vergeet te zeggen. Tot je ze zegt. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen