zondag 12 oktober 2014

Ik ben gelukkig iemand die heel snel praat.

Ik was gisteren één van de 10 gasten op Pecha Kucha in Brugge. Met een beetje bibber in de benen en het hoofd trok ik er naar toe met mijn stoel, want dat moest op een ‘Bring your own chair edition’ en er is niets zo gezellig als op uw eigen stoel luisteren naar mensen, weet ik nu. De laatste tijd kruipt er ook veel ongewoon en unheimlich toeval in mijn leven, want daar stond ik in de oude gebouwen van mijn huidige werkgever zenuwachtig te wezen. Tot mijn grootste verbazing liep de zaal nokvol met geïnteresseerden. Mensen die het zichzelf gunnen te luisteren naar alle soorten van levens en passies.

Ik vond het ongelofelijk schoon daar in het midden te mogen zijn en dan dat podium te mogen beklimmen. Ik, die stiekem liever schrijver dan prater ben, heb er een zaal toegesproken. Dat moest ik doen aan de hand van twintig foto’s. Per foto had ik twintig seconden. Ik ben gelukkig iemand die heel snel praat en deze keer was dat vast in mijn voordeel. Wekenlang heb ik nagedacht over dé openingszin. Die boenk met de deur in huis vallen verwachting, knaagde ergens aan mij. Ik, die een gewoonte gemaakt heeft van perfectie en daar al lang aan werk om dat ooit eens te verliezen of te verzachten, kwam uiteindelijk met de meest banale zinnen op de proppen.
‘Ik was vroeger een heel gewoon meisje. Ik wilde prinses worden en daarna zangeres, maar ik kan eigenlijk helemaal niet zingen en ik vind lange jurken met te veel tralala een beetje truttig.  Ik heb het altijd verdomd jammer gevonden dat Walt Disney nooit een rock-’n-rollprinses uit zijn hoed getoverd heeft.’
In alle eerlijkheid vond ik rust, de zenuwen vloeiden weg. Ik deed mijn ding, glimlachte en genoot, zoals je dat bij van die once in a life time momenten het beste doet. Ik dacht nog: goh, zie mij hier staan, reflecteerde over afgelopen tijden, zag flitsen verleden opborrelen, was voor even terug in Suriname, herhaalde de camino, zat op een Brussels terras, dronk thee met Diane Broeckhoven. Ik sprak over de schoonheid van verdwalen en verloren lopen, omdat alles altijd weten zo saai is, denk ik. Die 6 minuten en 40 seconden waren gevuld met een intensiteit van wisselende levens, van zo’n andere versie van mezelf die ik pas sinds kort heb durven ontmoeten.

Ik sloot af met een quote, omdat het toch de afsluiter leek die mij als schrijvende mens typeert: ‘What if I fall? Oh, my darling, what if you fly?’
Ik zei nog dat we te vaak uitgaan van dat eerste, uit angst misschien, uit zekerheid, uit comfortzones, uit van alles wat te begrijpen valt als menselijke mens. Dat we eigenlijk zouden moeten gaan voor dat tweede, dat je zoiets niet moet verdienen, maar moet doen, zomaar, omdat het kan. En bij deze, wil ik u hier ook warm maken voor dat tweede, zomaar, om op microniveau werelden te redden, voor wie gelooft dat dat kan. Wat zo met z'n velen hevig geloven dat het mogelijk is, moet alvast iets betekenen, denk ik hoopvol samen met Jess. 





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen