dinsdag 13 mei 2014

Dromers van de beste soort, zoveel is zeker.


Ik woonde daarnet een infosessie bij in het VAF (Vlaams Audiovisueel Fonds) hier in Brussel. Net zoals vele andere master- en bachelorstudenten uit alle soorten richtingen: film, animatie, documentaire, televisie, schrijven,... Ondergedompeld in de grote boeiende film- en televisiewereld. Allemaal met één of andere doel in dat hoofd van ons. Jong en ambitieus. Dromers van de beste soort, zoveel is zeker.

Er waren verschillende mensen aanwezig die hun praatje enthousiast en minder enthousiast hielden over Mediarte, Het Kunstenloket, Creatief Europa Programma Media en het VAF zelf. Schitterend veel informatie waarvan ik steeds dacht: dat mag ik niet vergeten. Ik noteerde veel en mijn to-dolijstje groeide gretig in mijn hoofd: beter Frans leren, gratis stages doen zo overal, CV’s opstellen en opsturen, mooi glimlachen, de juiste attitude hebben, rondbellen en -mailen en ondertussen leven, dat ook.
In de zaal werden vele vragen gesteld die zochten naar allerhande details die de toekomst tot in zijn kleinste perfectie kon voorbereiden, want straks dan moet het allemaal. Met de dromen in onze handen en ons hoofd ergens aan de bak komen. Bibberend om het gebrek aan zelfvertrouwen en de vele vervelende vragen. Stil omdat van alles tegelijkertijd moeten zijn en doen best veel is. Twijfelend, omdat iets maken, schrijven, tekenen toch diep vanbinnen heel lang alleen van jou geweest is en je eigenlijk niet weet of de wereld of ons Vlaanderen er iets van zal lusten.
Ik zat er aandachtig luisterend drie uur lang en een vriendin van mij grapte nog: ‘Laten we maar bij de Lidl gaan werken.’ Ik heb er breed om gelachen en hoopte: ‘Och, laat het allemaal goed in zijn plooi vallen.’ En ergens ben ik ook bang dat ik straks misschien anders moet gaan dromen en ik dat eigenlijk helemaal niet wil.


Onderweg naar huis praatte ik nog wat na met twee medestudenten schrijven. Allemaal op één of andere manier angstig voor het niet-weten, het grote onbekende dat de toekomst is. We stelden vragen, werden stil, staken elkaar hartjes onder de riem, gaven elkaar spreekwoordelijke schouderklopjes en mooie moedige woorden. We deden elkaar opnieuw geloven in het straks en ons eigen eindwerk met het grote jurymoment en ik dacht nog: dit alles is misschien nog het schoonst zo samen bibberend bang zijn. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen