zaterdag 17 mei 2014

Laat de liefde toch ook gewoon eens liefde zijn.

Samen met een vriendin was ik daarnet één van de velen die langs kant van de weg naar alle feestelijkheden ten top keek. Gay Pride, met alle zottigheden, schone mensen en regenboogvlagen. Verkleed, versierd, uitgelaten dansend en zingend. Omdat de liefde in welke vorm dan ook schoon blijft, omdat het mensen zijn die willen intens liefhebben met hun hart en ze kunnen het misschien soms beter dan een andere mens zo durven luisteren naar wat diep vanbinnen allemaal leeft. Er hing een soort geluk in de lucht dat net zo geweldig was, omdat het op elk gezicht gedeeld werd. Ik kon er wel van houden.

Tussen alle vrolijkheden door reed ook een wagen van N-VA met glimlachende mensen. Ze liepen er met het V-teken op hun vingers door het Brussel waarmee ze eigenlijk niet weten wat aan te vangen bij een eventuele splitsing van het land. Mensen rondom mij begonnen spontaan te ‘boe’ te roepen. En daarna heviger ‘Viva la Belgique’ en ‘Leve België’. Luider en luidst. Het Belg-zijn wakkerde opeens hevig doorheen de lijven van velen. Toevallige onbekenden groepeerden zich tot een soort familie dat zonder meer aan hetzelfde touw trok. Ik deed gretig mee en voelde me meer dan ooit Belg in onze fantastische hoofdstad, terwijl ik eigenlijk nooit echt wist wat was zo Belg zijn.
Een politieke partij als die van hen die mensen op moedertaal en afkomst van elkaar scheidt en onderscheidt, voelde zich gerechtigd mensen op de Gay Pride een hart onder de riem te komen steken. Het feest dat stereotiep denken aan de kaak wil stellen, dat fervent pleiter is van gelijkwaardigheid, dat het samen-zijn in al zijn grilligheden heerlijk verenigd.


Het alles was een ultieme vorm van oprechte verbondenheid en ik dacht nog: ‘Laat het feest zijn zoals het hoort met gelukkige mensen. Laten we voor één keer niet aan politiek doen in die schone hoofdstad. Wees even mens en menselijk en laat de liefde toch ook gewoon eens liefde zijn.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen