woensdag 4 november 2015

Onderonsje


Ik ben een flierefluiter die niet kan fluiten. Als ik dans,
gaan mijn voeten slapen. ’s Avonds drink ik witte wijn uit
Zuid-Afrika en vertel mijn buren dat ik daar al geweest ben.
Mijn naam is niet belangrijk. Ik blijf liever anoniem voor het
leven. Wat niet benoemd wordt, bestaat niet.

Grootmoeder zei altijd wijze dingen, ook als ze zweeg. Ondertussen
is ze doodgewoon gestorven. Hier waak ik, hangt nu uit aan de deur.
Samen met haar hoofd, uitgeknipt van op het rouwkaartje. Soms hoor
ik ze blaffen.

Missen is slechts een kwestie van niet kunnen vergeten. Het moeilijkste
zijn de woorden die erbij passen. De deur die almaar opent op vijf
voor twaalf. Alsof de herinnering haar bestaan zoekt op verkeerde
plaatsen. Er valt niets aan te meten, enkel stilte als een lege stoel
aan het ontbijt. Ik en mijn hand er op.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen